Geschiedenis

De polder

Reeds in 1330 liet Jan van Diest, de toenmalige bisschop van Utrecht, een plan opstellen tot bedijking van Mastenbroek, een moerassig en onbewoond gebied.
Wegens onenigheid werd dit plan toen nog niet verwezenlijkt.
De stad Kampen had toen nog de rechten op Mastenbroek. In 1363 ruilde Kampen zijn rechten op Mastenbroek echter met de Utrechtse bisschop Jan van Arkel voor het Kampereiland en het recht op aanwas in de IJsselmonding.
Deze bisschop liet een jaar later Mastenbroek bedijken.
Zo begon een van de oudste polders van Nederland. Mastenbroek was daarvoor een groot moerasbos.
Naar het moerasbos verwijst de naam Mastenbroek.
De straat- en weteringnaam 'Bisschopswetering' herinnert nog aan deze bisschop van weleer.
Deze wetering is een van de strakke, kaarsrechte lijnen door de polder, die het gebied herkenbaar en bijzonder maken.

Vele malen werd de polder door overstromingen geteisterd.
In 1825 was de laatste grote overstroming.
De bewoners van de polder brachten één tot twee etmalen op zolders en in hooibergen door.
Het aantal slachtoffers was groot, de pastorie en het kostershuis werden eveneens zwaar getroffen. In de kerk stond het water 1,64 meter hoog.
Deze hoogte wordt tot op de dag van vandaag aangegeven op een pilaar in de kerk, aan de kant van de consistorie.
Het feit dat de boerderijen in de polder op terpen liggen, herinnert nog aan de bedreiging door het water.

Ondanks het feit dat de bebouwing, vooral aan de kant van Zwolle, voortdurend de polder dreigt op te slokken, is het oorspronkelijke karakter van de polder Mastenbroek voor een groot deel nog steeds bewaard.
Tegenwoordig is het een beschermd landschap.
Toen de kerk gebouwd werd, werd deze door landmeters precies in het midden van de polder neergelegd, als een teken van wat het centrum behoort te zijn in ons leven: de dienst aan God.
Zo ervaren we dat in de gemeente nog steeds:
Dankbaar samen te mogen leven in dit mooie gebied, met deze kerk in het midden.

De kerk

Kort na de indijking van 1364 werd Mastenbroek een zelfstandige parochie.
Tevens werd toen, vermoedelijk tussen 1364 en 1369, de kerk gebouwd.
De kerk werd gewijd aan Onze Lieve Vrouwe ter Zon.
Het kerkgebouw werd herhaaldelijk hersteld en verbouwd, bijvoorbeeld na een brand in 1647, aan welke verbouwing nog één van de opschriften bij de ingang herinnert.
Van het laat-gotische eenbeukige gebouw is het koor (1531) wat smaller dan het schip (1647).
De toren is in 1845 door een nieuwe vervangen.
De oorspronkelijke klokken van 1596, gegoten door Henrick Wegwaert te Kampen, werden in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers weggehaald om omgesmeden te worden tot munitie, maar ze werden na de oorlog ongeschonden teruggevonden.
In 1982 moesten ze echter vervangen worden door nieuwe.
De oorspronkelijke klokken zijn nog te bezichtigen onder de toren.
In 1981 vond de laatste grote restauratie van de kerk plaats.

De gemeente

Mastenbroek was vanzelfsprekend oorspronkelijk een rooms-katholieke parochie, gesticht door de bisschop van Utrecht.
Na de Reformatie, begonnen met Luther die in 1517 zijn stellingen aan de slotkapel van Wittenberg sloeg, begon het langzaamaan in Nederland en ook in Mastenbroek onrustig te worden. In 1571 werd de Mastenbroeker kerk geplunderd door een geuzenbende.
Na een onrustige periode kreeg Mastenbroek in 1595 haar eerste gereformeerde (hervormde) predikant.
Het lijkt erop, dat pas vijftig jaar later er voor het eerst een kerkenraad gevormd werd.

In 1835 ging een beperkte groep van de gemeente mee met de Afscheiding, die in 1834 onder leiding van ds. De Cock begonnen was.
Deze groep was diep verontrust over het geestelijke en bestuurlijke klimaat in de Nederlandse Hervormde Kerk.
Anderen zochten hun heil in ‘conventikels’, bijeenkomsten van gelovigen aan huis, waar men sprak over het geestelijk leven.
Ook hieruit blijkt onvrede met de toenmalige prediking.
Gelukkig keerden zij, en ook de Afgescheidenen, na 1870 een voor een weer terug naar de Hervormde gemeente Mastenbroek.
Daartoe kan hebben bijgedragen dat de gemeente in die tijd weer meer rechtzinnige predikanten kreeg.
Met hun terugkeer werd de kerk weer waarvoor hij bedoeld was: Een plek voor alle gelovigen van Mastenbroek.
Ook de latere kerkscheuringen, tot en met die van 2004, hebben gelukkig de eenheid van de gemeente niet kunnen verbreken.
Tot op de dag van vandaag is de Hervormde kerk de enige kerk in de polder, waarin de diverse gelovigen samen de ene Naam van Jezus Christus belijden mogen.

‘s-Heerenbroek

De grens van de Hervormde gemeente loopt dwars door het dorp ’s-Heerenbroek.
Het andere gedeelte valt kerkelijk onder de Hervormde gemeente Zalk.
In 1921 willigde de kerkenraad het verzoek in van een aantal ingezetenen van ’s-Heerenbroek ‘op gezette tijden’ speciaal ten behoeve van ouden van dagen en anderen die bezwaarlijk te Mastenbroek ter kerke konden komen godsdienstoefeningen te houden.
Er was wel een trekschuit, die eigendom was van de diakonie en diende voor het vervoer van inwoners van ’s-Heerenbroek naar de kerk van Mastenbroek, maar hiervan werd onvoldoende gebruik gemaakt, zodat deze in 1922 werd verkocht.

In 1934 werd te ’s-Heerenbroek aan de Zwolseweg een evangelisatiegebouw gebouwd, nu bekend onder de naam ‘het Wijkgebouw’.
Hier werd eenmaal per zondag dienst gehouden, totdat verenigingsgebouw ‘de Kandelaar’ te ’s-Heerenbroek gebouwd was. 
Ongeveer 10 keer per jaar worden in 'De Kandelaar' bijzondere diensten gehouden (jeugddiensten, diensten op Bid- en Dankdagen, op Goede Vrijdag, op Oudejaarsavond en diensten van de gezamenlijke kerken).

Predikanten

De Hervormde gemeente Mastenbroek en ’s-Heerenbroek heeft sinds de Tweede Wereldoorlog de volgende predikanten gehad:

  • 1946-1951 H. Jongebreur
  • 1952-1957 A. Baars
  • 1958-1963 D.B. van Lokhorst
  • 1964-1968 G. Voordijk
  • 1970-1976 M.A. Jansens
  • 1976-1983 J.W. Goossen
  • 1983-1988 J.W. Van Estrik
  • 1988-1993 D. van de Streek
  • 1994-1998 M.J. Middelkoop
  • 1999-2008 B.M. van den Bosch
  • 2009-2014 W.M. Dekker
  • 2014-         G.H. Nijland

(Bovenstaande informatie is ontleend aan: F. Pereboom e.a., ‘Omarmd door IJssel en Zwartewater. Zeven eeuwen Mastenbroek’, Kampen : IJsselakademie 1995 en J.W. Goossen e.a., ‘Mijn Naam zal daar zijn’, Hervormde gemeente Mastenbroek, 1981 (brochure ter gelegenheid van het gereed komen van de restauratie van de kerk). De tekst werd gedeeltelijk letterlijk overgenomen uit het laatstgenoemde boekje.)

Heden en toekomst

De geschiedenis van de gemeente vertelt al veel over wie wij vandaag de dag zijn, en wie wij in de toekomst willen zijn.
De kerk is katholiek begonnen.
Die verbondenheid met de ene Kerk van Jezus Christus drukken wij nog steeds uit met de Apostolische Geloofsbelijdenis, die elke zondagavond in de kerk gelezen en beleden wordt.
In die belijdenis weten wij ons met alle christenen van alle tijden, plaatsen en kerken verbonden. Tegelijk kreeg de gemeente een nieuwe identiteit in de Reformatie. De verworteling in het Evangelie van Gods genade in Jezus Christus, dat in de Reformatie opnieuw ontdekt werd, is voor de gemeente van groot belang.
Daarom gebruiken wij naast de Apostolische Geloofsbelijdenis ook de Heidelbergse Catechismus, ontstaan vanuit de gereformeerde reformatie.
Ten derde weten wij dat we leven in het heden.
We zijn gemeente met een open oog voor de vragen en kansen van deze tijd.
We willen een open huis zijn voor allen, die de Naam van Jezus Christus hebben lief gekregen.
We willen een plek bieden aan hen, die van Hem gehoord hebben, maar zoekend of kritisch hun weg verder nog moeten zoeken.
We willen samen wegen zoeken om Hem in onze tijd te belijden als Heere en Verlosser.